4 fenotypes van PCOS: tot welk groep behoor jij?

1 vrouw op 10 heeft PCOS. Dat zijn veel vrouwen...

Maar hoe het zich uit, is voor elke vrouw met de diagnose anders

  • De een heeft overgewicht, de ander niet.
  • Sommige vrouwen met PCOS hebben niet het typische beeld van ‘een kralenketting’ op de eierstokken.
  • Sommige vrouwen hebben een normale cyclus.


4 groepen

We onderscheiden 4 fenotypes binnen PCOS, 4 groepen die hun eigen kenmerken vertonen. Een fenotype is een groep met dezelfde kenmerken.

Fenotype A

Vrouwen met dit fenotype vertonen 3 van de 3 criteria van Rotterdam.

  1. Hoge waardes van androgenen in het bloed enof de uiterlijke kenmerken ervan
  2. Uitblijvende of verminderde eisprong
  3. Polycystische eierstokken

Deze groep van vrouwen heeft vaak een hogere BMI en verhouding tussen de omtrek van de heupen ten opzichte van de buikomtrek. Ze hebben meer risico op metabole problemen later in hun leven (insulineresistentie en diabetes type 2, leveraandoeningen, hart- en vaatziekten). Bij onderzoek naar de hormonale waardes hebben deze groep de hoogste AMH waarden.

Fenotype B

Vrouwen in deze groep hebben 2 van de 3 criteria van Rotterdam.

  1. Hoge waardes van androgenen in het bloed enof de uiterlijke kenmerken ervan
  2. Uitblijvende of verminderde eisprong

Maar ze hebben geen polycystische eierstokken

Fenotype C

De vrouwen binnen deze subgroep vertonen evenzeer de

  1. Hoge waardes van androgenen in het bloed enof de uiterlijke kenmerken ervan
  2. En Polycystische eierstokken

Maar ze hebben wel een regelmatige cyclus van 35 dagen of minder.

Fenotype D

Vrouwen in deze groep zijn een beetje een uitzondering op de regel.

De andere 3 groepen vertonen telkens een hoge waarde van androgenen.

Deze groep niet.

Hier zijn de aanweizge kenmerken

  1. de uitblijvende of verminderde eisprong 
  2. de polycystische eierstokken.


Lange termijn gezondheidsrisico's

De 4 fenotypes staan geordend in mate van risico’s op lange termijn:

diabetes type 2, niet alcoholische leververvetting, hart- en vaatziekten, ontstekingen,…

Vrouwen uit groep A hebben dus het meeste risico om in hun leven deze aandoeningen te ontwikkelen. Maar het goede nieuws is dat met leefstijlaanpassingen heel wat van de gezondheidsproblemen voorkomen of op z’n minst uitgesteld kunnen worden.

Vooral de laatste groep is een fenotype waar nog erg weinig onderzoek naar gedaan is. Vrouwen binnen deze groep vertonen- voor zover geweten- ook geen tekenen van insulineresistentie.

Hoe ze tot deze groepen gekomen zijn

PCOS of polycysteus ovarium syndroom is een synd​room.

Dat wil zeggen dat er een aantal kenmerken samen voorkomen maar waar er geen duidelijke oorzaak kan aangetoond worden.

In 1844 werd PCOS voor het eerst beschreven.

De consensus van 1990

Pas 145  jaar later, in 1990 werd er op een conferentie aan de aanwezige artsen gevraagd wat zij goede diagnostische criteria vonden voor PCOS.

Ze kwamen tot volgende consensus: de volgende kenmerken, in volgorde van belangrijkheid:

  1. Te hoge waarde van androgenen in het bloed en of de uiterlijke kenmerken van teveel androgenen
  2. Verminderde ovulatie
  3. Uitsluiting van andere oorzaken zoals Cushingsyndroom, hyperprolactinemie en congenitale bijnierschors hyperplasie (CAH) (verstoring van de productie van de hormonen door de bijnier)

Een consensus is een overeengekomen afspraak tussen de leden van deze conferentie. Bij een consensus wordt er net zolang gesproken tot iedereen zich in de afspraak kan vinden.

Wetenschap vs consensus

En daar wringt het schoentje wat. Wetenschap en consensus gaan niet samen.
Iets wat wetenschappelijk bewezen is, is geen consensus.
Een consensus wordt niet wetenschappelijk bewezen.

In deze eerste criteria van 1990 werden eigenlijk enkel de vrouwen van A en B groep opgenomen.

De Rotterdam criteria van 2003

In 2003 was er een nieuwe conferentie in Rotterdam.
En daar werden de criteria opnieuw bekeken en kwam er een nieuwe consensus.

De diagnose PCOS wordt gesteld wanneer een vrouw 2 van de 3 volgende criteria vertoont, nà het uitsluiten van andere oorzaken:

  • Uitblijvende of verminderde ovulatie
  • Hoge androgene waarden in het bloed enof de uiterlijke kenmerken ervan
  • Polycystische eierstokken.

Vrouwen met de kenmerken van type C en D werden met de nieuwe criteria mee opgenomen binnen de groep van PCOS.

Meer onderzoek nodig

De vraag die er momenteel leeft is of fenotype D, zonder hoge androgene waarden, eigenlijk wel binnen dit syndroom past.

Er is meer onderzoek nodig naar de gevolgen op lange termijn voor deze vrouwen. Misschien hebben zij helemaal geen verhoogd risico op diabetes type 2 en andere metabole aandoeningen.

Dat zou voor hen alvast goed nieuws zijn.

Behandeling van PCOS

Omdat bij vrouwen uit groep A, B en C veel vaker een vorm van insulineresistentie optreedt die dan bij vrouwen uit groep D  hebben leefstijlaanpassingen meer effect voor deze eerste 3 groepen.

Toch blijft het advies voor de behandeling van al de vrouwen met PCOS de volgende:

  1. indien je geen (onmiddellijke) kinderwens hebt, is een aangepaste levensstijl de voornaamste behandeling. Op die manier kan je de gezondheidsgevolgen op lange termijn en een aantal van de gevolgen op korte termijn (oa gewicht, humeurschommelingen, moeilijkheden met slaap en gevoeligheid aan stress) aanpakken. 
  2. Heb je wel een kinderwens, dan zijn het de richtlijnen ivm preconceptie zoals leefstijlaanpassingen, foliumzuur en vermijden van tabak en alcohol
  3. de eerstelijn (huisarts of gynaecologische praktijk ) farmacologische behandeling om de eisprong op te wekken bestaat uit clomiphene citraat of aromatase inhibitor en getimde gemeenschap
  4. in tweede lijn (ziekenhuis) bestaat uit het toedienen van gonadotrofines (hormonen die FSH productie stimuleren) of ovariële drilling.
    Opwekken van de eisprong met clompihene citraat of gonadotrofines geeft een kans van ongeveer 70% op kindje dat levend geboren wordt.
    Ovariële drilling gebeurt enkel wanneer de echo aanwijst dat er heel veel follikels aanwezig zijn. 50% van deze ingrepen leidt tot een eisprong nadien. 
  5. tot slot is er de IVF of IUI (inseminatie). Deze wordt in de derde lijn (gespecialiseerde fertiliteitscentra) uitgevoerd wanneer de voorgaande behandelingen geen effect hebben, wanneer beide eileiders afgesloten zouden zijn of wanneer er afwijkingen zijn aan het sperma.

Dus ook vrouwen van groep D hebben er alle belang bij om zo vroeg mogelijk met aangepaste leefstijlaanpassingen te starten om op die manier al zeker de eerste stap in hun behandeling ingeval van kinderwens kunnen overslaan en onmiddellijk naar de volgende stap kunnen gaan.


Wil je weten wat die leefstijlaanpassingen inhouden?

Schrijf je in voor het webinar 'Hoe je een geweldig leven leidt dankzij PCOS'


Click Here to Leave a Comment Below

Leave a Reply: